Promovendus Irene Verhagen ontdekte dat het moment waarop koolmezen eieren leggen direct samenhangt met de temperatuur. Ook legde ze bloot dat de lever en eierstok (en niet alleen de hersenen) een belangrijke rol spelen bij variaties in de timing van de leg. Deze inzichten zijn van belang om te voorspellen of en hoe vogels zich kunnen aanpassen aan klimaatverandering.
‘We zien dat de lentes warmer worden en dat eiken eerder in het jaar bladeren krijgen. De rupsen die zich met deze bladeren voeden en die een belangrijke voedselbron zijn voor koolmeesjongen, komen ook eerder uit. Maar de koolmees blijft tot nu toe achter, ondanks dat er selectiedruk is om vroeger eieren te leggen’’, vertelt Verhagen werkzaam bij het Nederlands Instituur voor Ecologie (NIOO-KNAW), die op 8 november promoveerde bij Marcel Visser, Bijzonder Hoogleraar Ecological Genomics.
Vroege en late leggers
Sommige
koolmeesvrouwtjes leggen vroeg en andere laat. Die verschillen worden
waarschijnlijk verklaard door variatie in fysiologische mechanismen die
de leg sturen. Zowel de hersenen als de lever en eierstok spelen daarbij
een rol. Verhagen onderzocht deze mechanismes door vroeg en laat
leggende koolmeesvrouwen te vergelijken. Daarvoor creëerden de
onderzoekers twee verschillende lijnen koolmezen: vroege en late
leggers, plus hun op legmoment geselecteerde nakomelingen.
Direct effect temperatuur
‘Vervolgens
wilden we weten hoe omgevingstemperatuur de verschillende organen
beïnvloedt’, vertelt Verhagen. Om dit te onderzoeken huisvestten de
onderzoekers koolmeesvouwtjes van de twee selectielijnen twee jaar lang
onder gecontroleerde klimaatomstandigheden. Elk vrouwtje had een warm
en een koud broedseizoen. Verhagen zag dat de vrouwtjes gemiddeld eerder
gingen leggen in een warmer broedseizoen. De temperatuur had een direct
effect; verschuiving van het legmoment was niet toe te schrijven aan de
(on)beschikbaarheid van voedsel.
Genetische aanpassingen
Verhagen
onderzocht of variatie in timing van leggen verklaard werd door
variatie in activatie van bepaalde genen in de hersenen, lever en
eierstok. ‘Wat onder andere opviel is dat de lever en de eierstok een
belangrijkere rol spelen dan voorheen werd gedacht. Dat suggereert dat
eventuele genetische aanpassingen op een snel veranderende omgeving ook
in die organen kunnen plaatsvinden.’
Aanpassingsvermogen
Met
deze resultaten is Verhagen een stapje dichterbij het ontrafelen van
het mysterie rondom de onderliggende mechanismen van de eierleg. ‘Er is
meer onderzoek nodig voordat we kunnen voorspellen of koolmezen zich
kunnen aanpassen aan klimaatverandering. Ons experiment laat wel zien
dat genetische selectie op timing van de leg in wilde koolmezen mogelijk
is. Een belangrijk resultaat voor toekomstig onderzoek.’
Wat een saai artikel
Dit is alvast een comment die ik nog niet kan plaatsen, maar zometeen wel wil plaatsen